Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord zeker

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
(toch)
(allicht; vast; zeker wel)
grif
;
🔗 Je bent zeker een journalist, hè?
(bepaald; vast; zekerlijk; stellig; jawel; geheid; met zekerheid)
wis
🔗 Hoe weet je dat zo zeker?
(bepaald)
🔗 Die olielamp gebruikt per uur een zekere hoeveelheid olie.
(betuigen)
fersekerje
;
ferwisje
(vast; zeker)
grif
;
🔗 Je begrijpt zeker wel wat er met jou en mij zal gebeuren, wanneer dat zwijn het fort overgeeft.
(beweren)
beweare
🔗 Er zal spoedig genoeg worden gevochten, dat verzeker ik u.
(assureren; veilig stellen)
fersekerje
🔗 Was de stier dan niet verzekerd?